ECLI:NL:GHAMS:2023:1239
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hof vernietigt oneerlijk beding over beëindigingskosten in effectenleaseovereenkomst
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of een beding in de door Dexia gehanteerde voorwaarden, dat een vast tarief van 15% aan buitengerechtelijke beëindigingskosten oplegt, oneerlijk is in de zin van Richtlijn 93/13/EG. Het hof bevestigde dat dit beding binnen de werkingssfeer van de Richtlijn valt en oordeelde dat het beding een aanzienlijke verstoring van het evenwicht tussen partijen veroorzaakt, omdat het afwijkt van de gebruikelijke staffel in de rechtspraktijk en geen maximum kent.
Het hof vernietigde het beding ambtshalve, waardoor de in rekening gebrachte beëindigingskosten van €110,00 bij twee leaseovereenkomsten komen te vervallen. Vervolgens werd de voordeelstoerekening toegepast, waarbij het totale batig saldo werd verrekend met de restschulden, resulterend in een restschuld die [geïntimeerde] nog aan Dexia moet voldoen.
De grieven van Dexia werden deels toegewezen en deels verworpen, evenals de grieven van [geïntimeerde]. Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en het hof veroordeelde [geïntimeerde] tot betaling van een bedrag van €2.819,90 plus wettelijke rente, alsmede een restitutievordering van €25.863,12 met rente vanaf 3 november 2008. De proceskosten in eerste aanleg werden gecompenseerd en [geïntimeerde] werd veroordeeld in de kosten van hoger beroep.
Uitkomst: Het hof vernietigt het oneerlijke beding over beëindigingskosten en veroordeelt [geïntimeerde] tot betaling van €2.819,90 plus rente en €25.863,12 plus rente, met compensatie van proceskosten in eerste aanleg.