ECLI:NL:GHAMS:2023:133
Gerechtshof Amsterdam
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsing tenuitvoerlegging geldvordering wegens onvoldoende restitutierisico
In deze civiele zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam op 24 januari 2023 uitspraak gedaan in een incident ex artikel 351 Rv Pro betreffende de tenuitvoerlegging van een vonnis waarbij appellant is veroordeeld tot betaling van een geldsom aan geïntimeerde.
Appellant had onder protest voldaan aan het vonnis door storting op de derdengeldrekening van de advocaat van geïntimeerde, maar stelt dat dit niet bevrijdend was vanwege onacceptabele voorwaarden. Geïntimeerde heeft het ontvangen bedrag volledig terugbetaald aan derden, waarmee appellant erkent niet bevrijdend te hebben betaald.
Het hof weegt het belang van appellant bij behoud van de bestaande toestand tegen het belang van geïntimeerde bij tenuitvoerlegging. Appellant baseert zijn vordering tot schorsing op een vermeend restitutierisico dat onvoldoende concreet en onderbouwd is. Daarom wijst het hof de vordering tot schorsing en de subsidiaire vordering tot zekerheidstelling af.
De beslissing over de proceskosten in het incident wordt aangehouden tot het eindarrest in de hoofdzaak. De hoofdzaak zelf wordt verwezen naar de rol voor het indienen van een memorie van grieven en verdere beslissingen worden aangehouden.
Uitkomst: De vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis wordt afgewezen wegens onvoldoende concreet restitutierisico.