ECLI:NL:GHAMS:2023:1390
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geschil over kwalificatie maandelijkse betalingen als huurprijs of servicekosten en huurachterstanden
De zaak betreft een geschil tussen verhuurder en huurder over de vraag of de maandelijkse betalingen van €750 bestaan uit een huurprijs van €710 plus €40 servicekosten, of dat het gehele bedrag als huurprijs moet worden gezien. De huurder stelt dat zij door de verhuurder ten onrechte geen specificatie van servicekosten heeft ontvangen, waardoor zij geen huurtoeslag kon krijgen en stelt de verhuurder aansprakelijk voor de gemiste huurtoeslag.
De kantonrechter heeft de huurder veroordeeld tot betaling van achterstallige huur en de vorderingen van de huurder afgewezen. In hoger beroep bevestigt het hof dat partijen een huurprijs van €750 zijn overeengekomen en dat er geen sprake is van servicekosten, mede omdat de huurder zelf de nutsvoorzieningen betaalt en de verhuurder geen diensten levert. Het hof oordeelt dat de huurder geen belang heeft bij een afrekening van servicekosten en dat de gemiste huurtoeslag voor haar eigen risico komt.
Daarnaast is vastgesteld dat de huurovereenkomst per 1 januari 2022 is geëindigd. Het hof veroordeelt de huurder tot betaling van huurachterstanden over de periode juni 2020 tot en met september 2021 en de maanden november en december 2021, met rente. De overige vorderingen worden afgewezen en het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis, verklaart de huurovereenkomst geëindigd per 1 januari 2022 en veroordeelt de huurder tot betaling van huurachterstanden met rente.