Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
Jarenlange gevangenisstraffen geëist voor ‘bouwen kaartenhuis van 165 miljoen euro’
3.Geschil in hoger beroep
4.Het oordeel van de rechtbank
5.Beoordeling van het geschil in hoger beroep
- De gemachtigde heeft een eigen rechtsingang, de rechtbank heeft dit miskend;
- De rechtbank heeft ten onrechte geoordeeld dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat [F] buiten de EU is gevestigd (r.o. 28 en 31);
- De rechtbank heeft ten onrechte geoordeeld dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat de vrijstelling van art. 11 lid Pro 1, letter i, onder 2, Wet OB van toepassing is op haar diensten (r.o. 41);
- De rechtbank heeft ten onrechte geoordeeld dat belanghebbende geen beroep kan doen op het vertrouwensbeginsel (r.o. 49);
- De rechtbank heeft ten onrechte geoordeeld dat de vraag of de inspecteur in strijd heeft gehandeld met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur geen beantwoording behoeft (r.o. 52).
aannemelijk(cursivering: Hof) heeft gemaakt. Uit deze woordkeuze volgt dat de rechtbank niet van een te zware bewijslast is uitgegaan.
trust deedsdie belanghebbende bij haar brief van 24 maart 2022 heeft overgelegd, niet tot een ander oordeel. Uit deze stukken volgt weliswaar dat [D] regelmatig in [plaats 2] verbleef om daar overeenkomsten te tekenen, maar niet dat daar de voornaamste beslissingen betreffende de algemene leiding en de centrale bestuurstaken voor [F] werden uitgeoefend. Dat geldt evenzeer voor de overige door belanghebbende aangevoerde feiten en omstandigheden. Onder verwijzing naar r.o. 2.2.1 en 2.2.9 van de uitspraak van de strafkamer van dit Hof van 19 april 2022 (zie 2.5), acht het Hof aannemelijk dat [A] , [D] en [E] tot november 2009 en nadien alleen [D] , de centrale bestuurstaken voor [F] voor hun rekening namen. De inspecteur heeft onweersproken gesteld dat ‘ [A] en [E] in de onderhavige tijdvakken in Nederland woonden en dat [D] in die periode in elk geval een huis in Nederland aanhield. Onder die omstandigheden acht het Hof het veeleer aannemelijk dat de voornaamste beslissingen betreffende de algemene leiding met betrekking tot [F] in Nederland werden genomen. In het voorgaande ligt besloten dat belanghebbende niet kan worden geacht te goeder trouw te hebben verondersteld dat [F] buiten Nederland was gevestigd. Zij wist via haar bestuurder [A] van de hoed en de rand over de gang van zaken bij [F] , zoals ook namens belanghebbende is geschreven in het nadere stuk van 5 mei 2023 (randnummer 50).
7.Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de rechtbank;
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- verklaart de bezwaren, met uitzondering van het bezwaar gericht tegen de beschikking die betrekking heeft op het vierde kwartaal 2008, ongegrond;
- verklaart het bezwaar gericht tegen de beschikking die betrekking heeft op het vierde kwartaal 2008 gegrond en kent voor dat tijdvak een teruggaaf toe van € 13.954, en
- draagt de inspecteur op het door belanghebbende betaalde griffierecht [ad € 345 en
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.