Belanghebbende verzocht de rechtbank om herziening van de uitspraak uit 2014 inzake een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en vergrijpboete over 2008, voortvloeiend uit een boekenonderzoek. De rechtbank wees dit verzoek af omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren gesteld die voor de oorspronkelijke uitspraak niet bekend waren.
Belanghebbende ging in hoger beroep tegen deze afwijzing. Het hof heeft het hoger beroep behandeld en het oordeel van de rechtbank onderschreven. Het hof overwoog dat de door belanghebbende aangevoerde verschillen tussen omzet in inkomstenbelasting en omzetbelasting, en het niet accepteren van bepaalde kosten, geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn die herziening rechtvaardigen.
Ook het argument dat de politie de administratie in beslag had genomen en dat daardoor bewijs moeilijk aan te leveren was, en de stelling dat geen rekening was gehouden met stakingswinst, MKB-winstvrijstelling en zelfstandigenaftrek, werden door het hof niet gevolgd. Het hof bevestigde dat de naheffingsaanslag omzetbelasting en het boekenonderzoek destijds al aanwijzingen gaven die bekend waren bij belanghebbende.
Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van het herzieningsverzoek door de rechtbank bevestigd. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.