In deze zaak staat het recht op omgang tussen de vader en zijn minderjarige dochter centraal. De moeder verzocht om ontzegging van het omgangsrecht van de vader vanwege bedreigingen en stalking, terwijl de vader begeleide omgang wilde realiseren. Het hof vernietigde de eerdere beschikking van de rechtbank die begeleide omgang voorschreef.
De vader erkende het kind en had enkele begeleide omgangsmomenten gehad, maar na een incident waarbij de vader zich onbereikbaar toonde en mogelijk psychiatrische problemen vertoonde, ontstond er angst en stress bij de moeder en het kind. Het kind vertoont symptomen passend bij trauma gerelateerde problematiek, waaronder angst, prikkelbaarheid en nachtmerries, en staat op een wachtlijst voor gespecialiseerde jeugdhulp.
Gezien de ernst van de situatie, de onduidelijkheid over de duur van het behandeltraject en het advies van de raad voor de kinderbescherming, oordeelt het hof dat het belang van het kind zwaarder weegt dan het omgangsrecht van de vader. Daarom wordt het omgangsrecht ontzegd totdat de veiligheid en het welzijn van het kind en de moeder kunnen worden gegarandeerd.