ECLI:NL:GHAMS:2023:1725
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.C.W. Rang
- M.E. Hinskens-van Neck
- M. Mieras
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over schorsing executie ontbinding huurovereenkomst woonruimte
In deze zaak gaat het om een geschil tussen huurder en verhuurder over de schorsing van de executie van een vonnis waarbij de huurovereenkomst is ontbonden en ontruiming is bevolen. De huurder had verzocht om schorsing van de ontruiming zolang hij aan bepaalde voorwaarden voldeed, waaronder betaling van de huur en een betalingsregeling voor de achterstand.
De kantonrechter had de schorsing onder voorwaarden toegestaan, maar het hof oordeelt dat nu het vonnis in hoger beroep is bekrachtigd, er geen grond meer bestaat voor schorsing. De door de huurder gestelde toezegging dat het vonnis niet zou worden geëxecuteerd zolang de huur werd betaald, is niet aannemelijk gebleken. Het hof vernietigt het bestreden vonnis en wijst de vorderingen van de huurder af.
De procedure omvatte diverse correspondentie en afspraken tussen partijen, waaronder een regeling op 6 april 2022 waarin werd afgesproken dat de ontruiming zou worden opgeschort onder voorwaarden. Het hof stelt vast dat dit slechts een tijdelijk uitstel betrof en geen definitief afstand doen van het executierecht. De huurder wordt veroordeeld in de proceskosten in beide instanties.
Uitkomst: De vorderingen tot schorsing van de executie worden afgewezen en het vonnis tot ontbinding en ontruiming wordt bekrachtigd.