ECLI:NL:GHAMS:2023:1749
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ontslag broer als curator: hof herstelt curatorpositie
De betrokkene, een verstandelijk beperkte vrouw geboren in 1958, is sinds 1981 onder curatele gesteld. Haar broer werd in 2000 benoemd tot curator. In eerste aanleg werd de broer ontslagen als curator wegens het niet tijdig afleggen van rekening en verantwoording over 2021, waarna een besloten vennootschap tot opvolgend curator werd benoemd.
De broer kwam in hoger beroep tegen deze beschikking en erkende zijn verzuim, maar stelde dat dit geen reden was om hem definitief te ontslaan. Hij had jarenlang naar tevredenheid het curatorschap vervuld en vroeg om een tweede kans. Het hof stelde vast dat de broer wist van zijn verplichtingen, maar dat het verzuim voortkwam uit persoonlijke omstandigheden in 2022.
Na onderzoek en het horen van betrokkenen, waaronder de betrokkene zelf, concludeerde het hof dat er geen gewichtige redenen zijn voor ontslag. De verstandhouding tussen betrokkene en broer is goed en alle betrokkenen prefereren hem als curator. Het hof vernietigde daarom de bestreden beschikking, ontsloeg de vennootschap als curator en benoemde de broer opnieuw tot curator per 1 augustus 2023.
Het hof verzocht de broer tevens om alsnog de ontbrekende rekening en verantwoording over 2021 en 2022 in te dienen bij de griffie van de rechtbank. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en een afschrift wordt toegezonden aan de rechtbank voor registratie.
Uitkomst: Het hof vernietigt het ontslag van de broer als curator en benoemt hem per 1 augustus 2023 opnieuw tot curator.