ECLI:NL:GHAMS:2023:1928
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging beëindiging ouderlijk gezag moeder wegens bedreiging ontwikkeling minderjarige
De zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Holland tot beëindiging van haar ouderlijk gezag over haar minderjarige kind, geboren in 2011. De minderjarige verblijft sinds 2018 in een netwerkpleeggezin bij de pleegmoeder, nadat zij uit huis is geplaatst vanwege een onrustige thuissituatie. De moeder betoogde dat het gezag niet beëindigd mocht worden en verzocht subsidiair om een deskundigenonderzoek.
Het hof overwoog dat de minderjarige ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd en dat de moeder niet in staat is om binnen een aanvaardbare termijn de verantwoordelijkheid voor verzorging en opvoeding te dragen. De minderjarige vertoont emotionele ontregeling, gedragsproblemen en hechtingsproblematiek, mede veroorzaakt door het onvoorspelbare contact met de moeder en de belaste voorgeschiedenis.
Het hof vond dat het belang van de minderjarige bij rust en duidelijkheid over haar opgroeiperspectief zwaarwegend is en dat het gezag daarom terecht is beëindigd. Het beroep van de moeder op artikel 8 EVRM Pro faalde omdat de inbreuk op het familie- en gezinsleven gerechtvaardigd is ter bescherming van de minderjarige. Het verzoek om deskundigenonderzoek werd afgewezen omdat dit niet in het belang van de minderjarige is en de uitkomst niet anders zou zijn.
De beschikking van de rechtbank werd bekrachtigd en het verzoek van de moeder in hoger beroep afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het ouderlijk gezag van de moeder over de minderjarige wegens ernstige bedreiging van diens ontwikkeling.