ECLI:NL:GHAMS:2023:2027

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
31 augustus 2023
Publicatiedatum
4 september 2023
Zaaknummer
23-003113-22
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 394 BW Boek 2Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 23 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen veroordeling wegens niet tijdig deponeren jaarstukken met aangepaste geldboete

In deze strafzaak stond het niet tijdig deponeren van jaarstukken door een vennootschap centraal. De economische politierechter veroordeelde de verdachte tot een geldboete van €600. De verdachte ging in hoger beroep tegen deze straf.

Tijdens de behandeling in hoger beroep erkende de advocaat-generaal de bijzondere omstandigheden, waaronder juridische problemen in Amerika, en stelde een verlaagde geldboete voor met een voorwaardelijk deel. De gevolmachtigde van de verdachte gaf aan dat de vennootschap sinds 2018 de jaarstukken tijdig deponeert.

Het hof bevestigde het bewezenverklaarde feit en de ernst ervan, omdat het niet tijdig deponeren crediteuren en handelspartners benadeelt. Tegelijkertijd hield het hof rekening met de omstandigheden en de gedragsverbetering. Daarom werd de geldboete gehalveerd tot €600 waarvan €300 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige economische kamer van het gerechtshof Amsterdam op 31 augustus 2023.

Uitkomst: De geldboete van €600 wordt gehalveerd en voor de helft voorwaardelijk opgelegd met een proeftijd van twee jaar.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 23-003113-22
Datum uitspraak: 31 augustus 2023
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Amsterdam van 25 november 2022 in de strafzaak onder parketnummer 82-241612-21 tegen:
[verdachte],
gevestigd te [verdachte].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 17 augustus 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de opgelegde geldboete. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd.

Oplegging van straf

De economische politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 600,00.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 600,00, waarvan € 300,00 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, gelet op de omstandigheid dat de stukken inmiddels zijn gedeponeerd en hij begrip heeft voor de bijzondere omstandigheden van het geval, te weten de juridische problemen van de verdachte in Amerika.
De gevolmachtigde heeft ter zitting meegedeeld dat hij zich kan vinden in de vordering van de advocaat-generaal. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de vennootschap in een procedure was verwikkeld met Amerikanen en dat onder meer in verband daarmee de jaarstukken pas na een
settlementin 2018 konden worden opgemaakt. De betreffende jaarrekening is inmiddels gedeponeerd en de vennootschap heeft gedragsverandering laten zien door het (tijdig) deponeren van de jaarstukken van 2019, 2020, 2021 en 2022.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de draagkracht van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het niet tijdig deponeren van de jaarrekening. Hierdoor hebben crediteuren, toekomstige crediteuren en overige handelspartners van de verdachte geen kennis kunnen krijgen van de financiële (on)gezondheid van de onderneming. Dit schaadt het handelsverkeer. Het hof houdt echter rekening met de omstandigheden die hebben geleid tot het niet tijdig deponeren van de jaarrekening, zoals daarvan ter zitting is gebleken en met het gegeven dat de verdachte na het feit wel steeds tijdig aan haar verplichtingen heeft voldaan.
Het hof acht, alles afwegende, een geldboete van na te melden hoogte passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op artikel 394 van Pro het Burgerlijk Wetboek (Boek 2), de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 51 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde geldboete en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een
geldboetevan
€ 600,00 (zeshonderd euro).
Bepaalt dat een gedeelte van de geldboete, groot
€ 300,00 (driehonderd euro), niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige economische kamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.D. van Heffen, mr. A.M. Koolen-Zwijnenburg en mr. B.E. Dijkers, in tegenwoordigheid van mr. G.G. Gielen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 31 augustus 2023.