ECLI:NL:GHAMS:2023:2044
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over omvang kinder- en partneralimentatie en overleg bankafschriften
Partijen zijn in 2008 gehuwd onder huwelijkse voorwaarden en hebben twee minderjarige kinderen. Na een echtscheiding in 2021 is de alimentatie aangehouden wegens onduidelijkheid over financiële gegevens.
De vrouw vordert in hoger beroep een hogere kinderalimentatie van €1.250 per kind en partneralimentatie van €13.124 bruto per maand, gebaseerd op haar uitgaven en het hoge inkomen van de man. De man verzoekt bekrachtiging van de lagere beschikking en stelt dat de uitgaven, niet het inkomen, bepalend zijn voor de behoefte.
Het hof oordeelt dat het jaar 2020 niet representatief is en dat de uitgaven van partijen tijdens het huwelijk het juiste uitgangspunt vormen. Het vermogen bleef gescheiden en het inkomen van de man is niet relevant voor de alimentatie. Het hof beveelt overleg van volledige bankafschriften over 2017-2019 met toelichting van beide partijen om de uitgaven te kunnen beoordelen.
Partijen krijgen zes weken om stukken te overleggen en vier weken om schriftelijk te reageren, waarna het hof zonder nadere mondelinge behandeling zal beslissen. De behandeling wordt pro forma aangehouden tot 19 november 2023.
Uitkomst: Het hof beveelt overleg van bankafschriften over 2017-2019 en houdt de zaak aan voor verdere behandeling.