Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
ALGEHELE UITSLUITING
3.Het geschil in hoger beroep
- de vrouw te veroordelen de woning aan de [A-straat] , te [plaats B] te laten taxeren naar de data: 1 januari 2015, 1 januari 2016, 1 januari 2017, 1 januari 2018 en 1 september 2018;
- de vrouw te veroordelen de afschriften over te leggen waaruit de banksaldi op haar naam op 1 januari 2015, 1 januari 2016, 1 januari 2017, 1 januari 2018 en 1 september 2018 volgen;
- te bepalen dat niet tot de vermogensopstelling behoort de waarde van de onderneming van de man en voorts te bepalen dat geen sprake is van in het verkeer als redelijk beschouwde vrij uitkeerbare opgepotte exploitatiewinsten;
- de verrekenvorderingen vast te stellen en de vrouw te veroordelen deze aan de man te voldoen;
4.Beoordeling van het hoger beroep in principaal en incidenteel hoger beroep
er wel mee te maken dat mijn vader ooit failliet is gegaan en ik dat niet voor [de vrouw] (hof: de vrouw
) wilde. Ik weet niet meer waarom een verrekenbeding in de huwelijkse voorwaarden staat. Ik wilde alleen dat als er wat met mij zou gebeuren dat niet alles zou worden afgenomen.”