Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
[X]
,
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak is door het gerechtshof Amsterdam op 15 augustus 2023 uitspraak gedaan over een incidentele vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van een vonnis van de kantonrechter. De kantonrechter had de huurovereenkomst ontbonden en de bewindvoerder van de huurder veroordeeld tot ontruiming van de woning vanwege de aanwezigheid van een hennepkwekerij.
De kantonrechter had het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard, waarbij het belang van de verhuurder bij onmiddellijke uitvoering zwaarder werd geacht dan de persoonlijke belangen van de huurder en haar minderjarige kinderen. De bewindvoerder stelde in hoger beroep dat de tenuitvoerlegging geschorst moest worden, omdat er nieuwe feiten waren en de beslissing niet voldoende was gemotiveerd.
Het hof oordeelde dat de kantonrechter de uitvoerbaarheid bij voorraad voldoende had gemotiveerd en dat de nieuwe feiten al bij de eerdere beslissing waren betrokken. Er was geen sprake van een kennelijke misslag in het vonnis. Daarom werd de vordering tot schorsing afgewezen. De beslissing over de proceskosten van het incident werd aangehouden tot het eindarrest in de hoofdzaak, die op 26 september 2023 verder zal worden behandeld.
Uitkomst: De vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis tot ontruiming van de huurwoning wordt afgewezen.