ECLI:NL:GHAMS:2023:217
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging integrale vrijspraak bedreiging wegens ontbreken opzet en redelijke vrees
In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 18 april 2019 bevestigd, waarin verdachte werd vrijgesproken van bedreiging. Het hof heeft het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep op 5 augustus 2020, 24 augustus 2021 en 17 januari 2023 verricht.
De advocaat-generaal had een geheel voorwaardelijke taakstraf van 60 uur geëist, subsidiair 30 dagen hechtenis met een proeftijd van 2 jaar. Het hof heeft deze vordering afgewezen en de vrijspraak gehandhaafd.
Met betrekking tot het eerste feit heeft het hof een vervangende vrijspraakoverweging geformuleerd. Hoewel verdachte woorden in het Syrisch-Arabisch heeft geuit die mogelijk bedreigend kunnen zijn, is niet met de vereiste mate van zekerheid vastgesteld dat hij de opzet had om te bedreigen onder omstandigheden die bij het slachtoffer de redelijke vrees voor leven of zware mishandeling konden veroorzaken.
Daarmee is het hof van oordeel dat de bewezenverklaring ontbreekt en bevestigt het de integrale vrijspraak van verdachte.
Uitkomst: Integrale vrijspraak van bedreiging bevestigd wegens ontbreken van opzet en redelijke vrees.