ECLI:NL:GHAMS:2023:2203
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep gezagsbeëindiging en contactregeling minderjarige
In hoger beroep stond de vraag centraal of de moeder het eenhoofdig gezag over de minderjarige moest krijgen en hoe het contact met de vader vorm moest krijgen. De moeder verzocht om eenhoofdig gezag, terwijl de vader het gezamenlijk gezag wilde behouden en een zorgregeling voor drie van de vier weekenden per maand wilde.
De rechtbank had het verzoek van de moeder afgewezen en partijen opgedragen te werken aan statusvoorlichting en contactherstel onder begeleiding. De moeder was tegen deze beslissing en vreesde dat contact met de vader schadelijk zou zijn voor de overprikkelde minderjarige, mede vanwege het drugsgebruik van de vader en het ontbreken van contact.
Het hof overwoog dat het belang van de minderjarige vereist dat zij weet wie haar vader is en contact met hem kan opbouwen, mits zorgvuldig en begeleid. De bezwaren van de moeder werden onvoldoende geacht om contact te weigeren. Tegelijk constateerde het hof dat het gezamenlijk gezag door de ernstige verstoring van de communicatie en het wantrouwen tussen ouders het belang van de minderjarige schaadt, omdat noodzakelijke beslissingen vertraging oplopen.
Daarom vernietigde het hof het besluit dat de moeder niet met eenhoofdig gezag mocht worden belast en wees dit toe. Het gezamenlijk gezag werd beëindigd. De zaak werd terugverwezen naar de rechtbank voor verdere afhandeling. De beschikking tot statusvoorlichting en contactherstel werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de moeder tot eenhoofdig gezag toe en bekrachtigt de contactregeling onder begeleiding.