ECLI:NL:GHAMS:2023:2204
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging benoeming onafhankelijke mentor voor moeder met gevorderde dementie
Betrokkene, een vrouw geboren in 1948 en lijdend aan gevorderde dementie, is opgenomen in een woonzorgcentrum. Op verzoek van haar kinderen (appellanten) werd een mentorschap ingesteld en een onafhankelijke mentor benoemd, waarbij appellanten zelf als mentor wilden optreden samen met de zus van betrokkene. De partner van betrokkene verzocht echter om een onafhankelijke mentor vanwege verstoorde verhoudingen.
Het hof oordeelde dat betrokkene niet in staat is haar belangen zelf waar te nemen en dat een mentorschap noodzakelijk is. Hoewel betrokkene in haar levenstestament een voorkeur uitsprak voor benoeming van haar partner en een van haar kinderen als mentor, achtte het hof zich niet gebonden aan dit testament vanwege de ernstige verstoorde verstandhouding tussen de betrokkenen.
Het hof vond dat de benoeming van een onafhankelijke professionele mentor in het belang van betrokkene is, mede omdat de zorg hierdoor objectief en effectief kan worden uitgevoerd. De bezwaren van appellanten tegen de professionele mentor werden verworpen. Het hof bekrachtigde daarom de beschikking van de kantonrechter en wees het verzoek van appellanten af om zelf als mentor te worden benoemd.
Het hof benadrukte dat appellanten en de partner van betrokkene, ondanks de benoeming van een professionele mentor, vrij blijven om liefdevol voor betrokkene te zorgen. De gevorderde kostenveroordeling door de partner van betrokkene werd afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking waarbij een onafhankelijke mentor is benoemd en wijst het verzoek van appellanten af om zelf als mentor te worden benoemd.