ECLI:NL:GHAMS:2023:227
Gerechtshof Amsterdam
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Schorsing tenuitvoerlegging vonnis wegens onomkeerbare gevolgen voor bestuurder
In deze civiele zaak is het Gerechtshof Amsterdam gevraagd te beslissen over een incident op grond van artikel 351 Rv Pro, waarbij de tenuitvoerlegging van een vonnis werd geschorst gedurende de behandeling van het hoger beroep.
De bestuurder, geïntimeerde, was veroordeeld tot betaling van een aanzienlijk geldbedrag aan appellant, maar stelde dat voortzetting van de tenuitvoerlegging zou leiden tot onomkeerbare gevolgen, zoals gedwongen verkoop van zijn woning en mogelijk faillissement. Hij voerde aan dat zijn belang bij behoud van de bestaande toestand zwaarder woog dan het belang van appellant bij onmiddellijke executie.
Het hof overwoog dat de veroordeling uitvoerbaar bij voorraad was verklaard, maar dat uitzonderlijke omstandigheden, zoals het risico op onomkeerbare schade en een reëel restitutierisico, een schorsing konden rechtvaardigen. Het belang van geïntimeerde bij schorsing werd zwaarder geacht dan het belang van appellant bij voortzetting van de executie.
Daarom werd de tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis geschorst totdat het hof in de hoofdzaak een eindarrest heeft gewezen. De beslissing over de proceskosten werd aangehouden en de hoofdzaak werd verwezen naar een latere rolzitting voor verdere behandeling.
Uitkomst: De tenuitvoerlegging van het vonnis is geschorst totdat het hof in de hoofdzaak eindarrest heeft gewezen.