ECLI:NL:GHAMS:2023:2292
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging hoofdverblijfplaats minderjarige bij vader na echtscheiding
Na ontbinding van het huwelijk van partijen is het hoofdverblijf van hun minderjarige kind onderwerp van geschil. De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beslissing van de rechtbank om het hoofdverblijf bij de vader te plaatsen. Beide ouders hebben gezamenlijk gezag en een mediationtraject gevolgd zonder overeenstemming over de hoofdverblijfplaats.
De moeder betoogt dat zij het grootste deel van de zorg draagt en dat het in het belang van het kind is om bij haar te verblijven, mede vanwege haar flexibele werktijden en de verhuizing naar een andere plaats vanwege woningnood. De vader stelt dat de zorg na het uiteengaan gelijkelijk is verdeeld en dat het kind geworteld is in zijn woonplaats, waar het een kindvriendelijke omgeving en sociale contacten heeft.
Het hof overweegt dat beide ouders in staat zijn goede zorg te bieden, maar hecht het meeste gewicht aan het belang van het kind om in haar vertrouwde omgeving te blijven. De moeder's verhuizing naar een andere plaats maakt uitvoering van de zorgregeling moeilijker, maar de vader heeft een stabiele woon- en werksituatie. Het hof bekrachtigt daarom het besluit dat het hoofdverblijf bij de vader blijft. De verzoeken van de moeder worden afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking dat het hoofdverblijf van de minderjarige bij de vader blijft en wijst het hoger beroep van de moeder af.