ECLI:NL:GHAMS:2023:2511
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging bewindvoering en afwijzing verzoek tot opheffing en ontslag bewindvoerder
De zaak betreft een hoger beroep van de rechthebbende tegen een beschikking van de kantonrechter die het verzoek tot opheffing van het bewind over haar vermogen afwees. Het bewind was ingesteld vanwege problematische schulden en verkwisting. De rechthebbende stelt dat zij inmiddels in staat is haar financiële belangen zelf te behartigen en verzoekt primair het bewind op te heffen en subsidiair de huidige bewindvoerder te ontslaan ten gunste van een ander.
Het hof overweegt dat ondanks een verbeterde financiële situatie en stabielere thuissituatie, de rechthebbende nog niet voldoende zelfredzaam is gebleken om het bewind op te heffen. De eerdere opheffing in 2018 en de problematische voorgeschiedenis maken dat het hof een reëel risico ziet dat zij zonder bewind de controle over haar financiën verliest. Daarom wordt het primaire verzoek afgewezen en de bestreden beschikking bekrachtigd.
Het subsidiaire verzoek tot ontslag van de bewindvoerder wordt eveneens afgewezen. Het hof acht geen gewichtige redenen aanwezig voor ontslag en constateert dat de bewindvoerder zijn taak naar behoren vervult. Spanningen tussen bewindvoerder en rechthebbende zijn inherent aan de situatie en vormen geen reden voor ontslag.
Tot slot merkt het hof op dat de rechthebbende een compensatie van €30.000 heeft ontvangen waarvan nog circa €18.000 resteert, voldoende om schulden af te lossen. Na schuldenvrijheid kan zij deelnemen aan een zelfredzaamheidstraject om aan te tonen dat zij haar financiën zelfstandig kan beheren, waarna een nieuw verzoek tot opheffing kan worden overwogen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking en wijst het verzoek tot opheffing van het bewind en ontslag van de bewindvoerder af.