Op 3 februari 2017 vond een vechtpartij plaats op de Marconistraat te Heerhugowaard waarbij verdachte samen met drie medeverdachten aanwezig was. De aanleiding was een ruzie over een auto tussen aangevers en garagehouders. Verdachte werd beschuldigd van openlijke geweldpleging in vereniging tegen twee aangevers.
In eerste aanleg werd verdachte veroordeeld tot een taakstraf, maar in hoger beroep heeft het hof het vonnis vernietigd en verdachte vrijgesproken. Het hof oordeelde dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte een wezenlijke bijdrage aan het geweld heeft geleverd. Verdachte ontkende geweld te hebben gebruikt en verklaarde ter plaatse te zijn geweest om een ruzie te stoppen.
Het bewijs bestond uit verklaringen van aangevers en een getuige, alsmede camerabeelden waarop te zien was dat personen achter een aangever aanrenden, maar niet duidelijk was wie daadwerkelijk geweld gebruikte. Het hof vond dat enkel achter de aangever aanrennen onvoldoende is voor een veroordeling. De vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelden werden afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid, nu verdachte werd vrijgesproken.