Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[appellant 1] ,
[appellante 2],
1.[geïntimeerde 1] V.O.F.,
[geïntimeerde 2],
[geïntimeerde 3],
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn sinds 1985 verbonden door een huurovereenkomst voor een winkelruimte met magazijn en bovenwoning. De huurprijs was per januari 2019 vastgesteld op €26.598 per jaar. Appellant vordert in hoger beroep een hogere huurprijs dan door de kantonrechter vastgesteld, met name €36.000 per jaar vanaf 23 juli 2018.
Een deskundige, benoemd door de kantonrechter, bracht een rapport uit met een huurprijsadvies van €28.800 per jaar, gebaseerd op vergelijkingspanden en een correctiefactor voor ligging. Appellant betwistte de afmetingen en indelingen van de vergelijkingspanden, de toepassing van indexcijfers en het gebruik van een vergelijkingspand met een prijsafspraak.
Het hof oordeelt dat de metingen van een gerechtsdeurwaarder betrouwbaarder zijn dan die van de deskundige en neemt deze over voor negen panden. Voor overige panden volgt het hof de deskundige of appellant waar voldoende onderbouwing is. Het bezwaar tegen de correctiefactor wordt verworpen, omdat de ligging en passantenstroom onbetwist gunstiger zijn na het kruispunt.
Het hof geeft appellant de gelegenheid een nieuwe berekening van de huurprijs te maken op basis van deze bevindingen. De wettelijke handelsrente is pas verschuldigd vanaf de datum van het bestreden vonnis of het eindarrest, omdat de geïntimeerde pas dan toerekenbaar tekortschiet in betaling. De verdere beslissing wordt aangehouden om partijen ruimte te geven tot overleg en nadere stukken.
Uitkomst: De zaak wordt aangehouden voor nadere berekening van de huurprijs en verdere procedure.