ECLI:NL:GHAMS:2023:2710

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
24 oktober 2023
Publicatiedatum
15 november 2023
Zaaknummer
200.331.589/01
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Ontslag van rechtsvervolging
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 353 lid 1 RvArt. 127 lid 2 RvArt. 123 lid 2 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag van instantie wegens niet verschijnen appellante in civiel hoger beroep

Appellante is in hoger beroep gekomen tegen een kort geding vonnis van de rechtbank Amsterdam. Op de eerste roldatum en een daaropvolgende zittingsdatum is appellante niet verschenen en heeft zij geen advocaat gesteld, ondanks meerdere waarschuwingen en verzoeken van geïntimeerden en het hof.

Geïntimeerden sub 1 en 2 hebben verzocht om ontslag van instantie en om een termijn voor het indienen van een memorie van grieven in incidenteel hoger beroep. Tegen geïntimeerden sub 3 tot en met 5 is verstek verleend wegens niet verschijnen.

Het hof oordeelt dat het niet verschijnen en het nalaten om advocaat te stellen een gegronde reden is voor ontslag van instantie van alle geïntimeerden in principaal hoger beroep. Tevens staat dit ontslag niet in de weg aan het incidenteel hoger beroep van geïntimeerden sub 1 en 2. De zaak wordt verwezen voor memorie van grieven in incidenteel hoger beroep, en appellante wordt veroordeeld in de kosten.

Uitkomst: Geïntimeerden worden ontslagen van de instantie wegens het niet verschijnen van appellante; zaak verwezen voor incidenteel hoger beroep.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.331.589/01 KG
zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/734642 / KG ZA 23-472
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 24 oktober 2023
inzake
RAI AMSTERDAM B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
appellante in principaal hoger beroep,
geïntimeerde in incidenteel hoger beroep,
niet verschenen,
tegen
1. de vennootschap naar buitenlands recht
CHC EXPO SERVICES (SHANGHAI) CO., LTD,
gevestigd te Shanghai, Volksrepubliek China,
geïntimeerde in principaal hoger beroep,
appellante in incidenteel hoger beroep,
advocaat: mr. J.A.M. van de Sande te Rotterdam,
2. de vennootschap naar buitenlands recht
SHANGHAI HEJIA EXPO CO., LTD,
gevestigd te Shanghai, Volksrepubliek China,
geïntimeerde in principaal hoger beroep,
appellante in incidenteel hoger beroep,
advocaat: mr. J.A.M. van de Sande te Rotterdam,
3.
98 SPARKS IMPACT INVESTMENTS I B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
geïntimeerde in principaal hoger beroep,
niet verschenen,
4.
98 SPARKS IMPACT INVESTMENTS II B.V.
gevestigd te Amsterdam,
geïntimeerde in principaal hoger beroep,
niet verschenen,
5.
[geïntimeerde 5],
wonend te [woonplaats] ,
geïntimeerde in principaal hoger beroep,
niet verschenen.

1.Het geding in hoger beroep

Appellante is bij dagvaarding van 20 juli 2023 – zoals hersteld bij exploot van 27 juli 2023 – in hoger beroep gekomen van het vonnis in kort geding van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam dat op 22 juni 2023 onder bovengenoemd zaak-/rolnummer tussen partijen is gewezen, met dagvaarding van geïntimeerden voor dit hof tegen de roldatum 29 augustus 2023.
Bij e-mail van 24 augustus 2023 hebben geïntimeerden sub 1 en 2 het hof verzocht om, indien de appeldagvaarding niet door appellante ter griffie wordt ingediend, de zaak op de rol van 29 augustus 2023 te laten inschrijven. Verder hebben geïntimeerden sub 1 en 2 – zo begrijpt het hof – gevorderd dat zij van de instantie worden ontslagen, met veroordeling van appellante in de kosten van het geding in hoger beroep.
Bij e-mail van 28 augustus 2023 hebben geïntimeerden sub 1 en 2 hieraan toegevoegd dat zij vervolgens de mogelijkheid willen krijgen voor het instellen van incidenteel appel.
Appellante is op de roldatum niet verschenen.
Geïntimeerden sub 3 tot en met 5 zijn toen evenmin verschenen.
De zaak is naar de rol van 12 september 2023 verwezen om appellante in de gelegenheid te stellen alsnog advocaat te stellen.
Appellante is ook op die roldatum niet verschenen.
Bij e-mail van 19 september 2023 hebben geïntimeerden sub 1 en 2 het hof (nogmaals) verzocht ontslag van instantie te verlenen en een termijn te geven voor het indienen van een memorie van grieven in incidenteel appel.
Tegen geïntimeerden sub 3 tot en met 5 is op de rol van 17 oktober 2023 verstek verleend.
Arrest is bepaald op heden.

2.Beoordeling

2.1
Ingevolge het bepaalde in artikel 353 lid 1 Rv Pro juncto 127 lid 2 Rv kan een geïntimeerde van de instantie worden ontslagen, indien de appellerende partij op de eerste roldatum geen advocaat stelt en vervolgens de haar verleende termijn voor het herstel van dit verzuim ongebruikt laat verstrijken. Deze situatie doet zich hier voor. Appellante heeft verzuimd om op de eerste roldatum, 29 augustus 2023, en ook op de nadere roldatum, 12 september 2023, advocaat te stellen. Van dit verzuim moet appellante worden geacht zich bewust te zijn geweest, nu geïntimeerden sub 1 en 2 hun hiervoor onder 1 genoemde e-mails aan het hof ook hebben gestuurd aan de advocaat die appellante blijkens de appeldagvaarding in deze procedure vertegenwoordigt. Het hof zal daarom, zoals het hof de vordering van geïntimeerden sub 1 en 2 begrijpt, geïntimeerden sub 1 en 2 in principaal hoger beroep van de instantie ontslaan en appellante veroordelen in de kosten daarvan. Ingevolge het bepaalde in artikel 353 lid 1 Rv Pro juncto 123 lid 2 Rv worden ook geïntimeerden sub 3 tot en met 5, tegen wie verstek is verleend, in principaal hoger beroep van de instantie ontslagen.
2.2
Geïntimeerden sub 1 en 2 hebben het hof laten weten nog wel incidenteel hoger beroep te willen instellen. Het niet verschijnen van appellante en het daarop volgende ontslag van instantie staan aan dat incidenteel hoger beroep, waarin alleen appellante en geïntimeerden sub 1 en 2 partij zijn, niet in de weg. Het hof zal de zaak dan ook naar de rol verwijzen voor memorie van grieven in incidenteel hoger beroep door geïntimeerden sub 1 en 2.

3.Beslissing

Het hof:
in principaal en incidenteel hoger beroep
ontslaat geïntimeerden sub 1 tot en met 5 in principaal hoger beroep van de instantie;
veroordeelt appellante in de kosten van het geding in principaal hoger beroep, tot op heden aan de zijde van geïntimeerden sub 1 en 2 begroot op € 5.689,- aan verschotten en op € 2.576,- voor salaris;
verwijst de zaak naar de rol van 21 november 2023 voor memorie van grieven in incidenteel hoger beroep door geïntimeerden sub 1 en 2;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.C.W. Rang, L. Alwin en A.R. Sturhoofd en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 24 oktober 2023.