ECLI:NL:GHAMS:2023:2753
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoofdverblijfplaats kinderen bij moeder bevestigd ondanks afstand ouders
In deze zaak staat de hoofdverblijfplaats van drie minderjarige kinderen centraal, waarvan de ouders op ongeveer 230 kilometer afstand van elkaar wonen. De rechtbank had eerder de hoofdverblijfplaats bij de moeder vastgesteld en een zorgregeling bepaald. De vader ging hiertegen in hoger beroep en verzocht om de hoofdverblijfplaats bij hem te bepalen.
Het hof heeft het dossier, het rapport van de raad voor de kinderbescherming en het advies van de bijzondere curator bestudeerd. Beide ouders zijn goede opvoeders, maar het belang van rust en stabiliteit voor de kinderen weegt zwaar. De bijzondere curator stelde vast dat de kinderen hun vader en het boerenleven missen, maar een wijziging van de hoofdverblijfplaats niet in hun belang is.
Het hof oordeelt dat de rechtbank terecht de hoofdverblijfplaats bij de moeder heeft bepaald. De afstand tussen de ouders leidt tot een loyaliteitsconflict bij de kinderen. De moeder is de hoofdverzorgster en biedt structuur en regelmaat. De kinderen hebben in hun woonplaats sociale contacten en volgen onderwijs. De zorgregeling wordt gehandhaafd, met aanpassing van de vakantie- en feestdagenregeling conform de afspraken tussen partijen.
De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd voor zover deze de vakantie- en feestdagenregeling betreft en opnieuw vastgesteld conform de overeenkomst tussen partijen. Het hoger beroep van de vader wordt verder afgewezen.
Uitkomst: De hoofdverblijfplaats van de kinderen blijft bij de moeder, met een aangepaste vakantie- en feestdagenregeling conform de afspraken tussen partijen.