Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam inzake het bezit van zes vuurwapens, munitie en harddrugs door de verdachte.
De rechtbank had de verdachte veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf, maar het hof vernietigde dit deel van het vonnis en legde een gevangenisstraf van 24 maanden op, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De overige beslissingen, waaronder het beslag op goederen, werden bevestigd.
Het hof motiveerde de strafverzwaring door de ernst van de feiten, waaronder het gevaar voor de openbare veiligheid door het bezit van vuurwapens en de aanwezigheid van harddrugs en versnijdingsmiddelen. Ook de aanwezigheid van gestolen en vervalste pasjes, apparatuur voor autodiefstal en andere verdachte omstandigheden werden strafverzwarend meegewogen.
Hoewel de verdachte een positief rapport van de reclassering en persoonlijke omstandigheden aanvoerde, vond het hof dit onvoldoende om tot strafmatiging over te gaan. De verdachte gaf ook geen volledige openheid van zaken. Eerder gepleegde strafbare feiten werden meegewogen.
Het hof legde geen bijzondere voorwaarden op aan het voorwaardelijke deel van de straf en bepaalde dat de tenuitvoerlegging binnen de penitentiaire inrichting zal plaatsvinden, met aftrek van voorarrest.