Het gerechtshof Amsterdam heeft het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam inzake poging tot woningoverval op een 87-jarige man in zijn woning. De verdachte heeft het slachtoffer met geweld bedreigd en geslagen, met het oogmerk geld te verkrijgen.
Het hof bevestigt het bewezenverklaarde van poging tot woningoverval, maar vernietigt het vonnis voor wat betreft de strafoplegging en de schadevergoeding aan de benadeelde partij. De gevangenisstraf wordt verlaagd van 20 naar 18 maanden vanwege schending van het recht op een redelijke termijn.
De benadeelde partij vordert een schadevergoeding van €10.475, waarvan het hof €2.500 toewijst voor immateriële schade, rekening houdend met het letsel en de omstandigheden. Het hof wijst het overige deel van de vordering af als buiten proportie. Het verzoek van de raadsman om een deskundige te benoemen voor beoordeling van camerabeelden wordt afgewezen wegens voldoende bewijs door herkenning en overige bewijsmiddelen.