ECLI:NL:GHAMS:2023:2965
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake gezag, verblijfplaats en kostenverdeling van minderjarig kind na echtscheiding
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 16 maart 2023, waarin haar verzoek om eenhoofdig gezag over het kind werd afgewezen en het gezamenlijk gezag werd bevestigd. Tevens ging het om de verdeling van vakanties, reiskosten en de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding.
Partijen zijn gehuwd geweest in 2011 in de Verenigde Staten en hebben een gezamenlijk kind geboren in 2014. De echtscheiding werd uitgesproken in 2017, waarbij het ouderschapsplan en convenant deel uitmaakten van de beschikking. De moeder heeft de Bulgaarse nationaliteit naast de Amerikaanse, de vader is Amerikaans burger.
In hoger beroep hebben partijen overeenstemming bereikt over het gezag, de hoofdverblijfplaats, vakantieverdeling, reiskosten en kostenbijdrage, vastgelegd in een addendum bij de ouderschapsplannen van 2017 en 2020. Het hof vernietigt de bestreden beschikking voor zover nodig en bepaalt dat het addendum integraal deel uitmaakt van de beschikking, die uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard.
De overige verzoeken worden als ingetrokken beschouwd, aangezien partijen gezamenlijk om goedkeuring van hun afspraken hebben verzocht en het belang van het kind zich daar niet tegen verzet.
Uitkomst: Het hof wijzigt het gezag, verblijfplaats en kostenverdeling van het kind conform de tussen partijen bereikte overeenkomst in het addendum.