ECLI:NL:GHAMS:2023:3102
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging weigering verwijdering BKR-registratie na belangenafweging
Appellante verzocht de rechtbank en vervolgens het hof om ING te bevelen haar BKR-registraties te verwijderen, omdat deze haar belemmeren bij het verkrijgen van een hypothecaire lening voor een woning. De rechtbank wees dit verzoek af na een belangenafweging, waarbij werd geoordeeld dat de belangen van appellante niet zwaarder wegen dan die van ING bij handhaving van de registratie.
In hoger beroep voerde appellante een nieuwe grief aan over de toepasselijkheid van het Algemeen Reglement 2004, maar het hof liet deze buiten beschouwing wegens strijd met de twee-conclusieregel. Het hof beoordeelde vervolgens de hoofdgrief en paste de belangenafweging toe op basis van artikel 21 lid 1 AVG Pro, waarbij het belang van ING bij handhaving van de registratie zwaarder werd geacht dan het belang van appellante bij verwijdering.
Het hof nam mee dat appellante haar schuld pas recentelijk volledig had voldaan, dat zij geen concreet belang meer had bij de aankoop van een nieuwbouwwoning, en dat zij momenteel een huurwoning heeft die geschikt is voor gezinsuitbreiding. De registratie dient het doel van het voorkomen van problematische schuldsituaties en het beperken van financiële risico’s voor kredietverstrekkers. De grief faalde en de bestreden beschikking werd bekrachtigd met veroordeling van appellante in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot verwijdering van de BKR-registratie en veroordeelt appellante in de kosten van het hoger beroep.