ECLI:NL:GHAMS:2023:3488
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.C. Toorman
- M.E. Hinskens – van Neck
- M.J.R. Brons
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep in huurgeschil over hoofdverblijf in gehuurde woonruimte
In deze zaak gaat het om een geschil tussen verhuurder Rochdale en huurder [geïntimeerde 1] over de vraag of huurder zijn hoofdverblijf heeft in het gehuurde. Rochdale vorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming, stellende dat huurder zijn hoofdverblijf elders had gevestigd. De kantonrechter stelde vast dat verhuurder voorshands had bewezen dat huurder niet zijn hoofdverblijf in het gehuurde had, maar huurder mocht tegenbewijs leveren.
Huurder leverde uitgebreid tegenbewijs met getuigenverklaringen, documenten, foto’s, medische correspondentie en reisdocumenten. Het hof oordeelt dat huurder voldoende heeft ontzenuwd dat hij zijn hoofdverblijf naar het buitenland of elders in Nederland heeft verplaatst. Ook het door verhuurder aangedragen bewijs is onvoldoende om het tegendeel aan te tonen.
Het hof overweegt dat het hoofdverblijf de plaats is waar het privéleven zich hoofdzakelijk afspeelt en dat dit een integrale beoordeling vereist. De verklaringen van buren, getuigen en documenten ondersteunen dat huurder zijn hoofdverblijf in het gehuurde heeft. De vorderingen van verhuurder worden daarom afgewezen en de bestreden vonnissen bekrachtigd. Verhuurder wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de vonnissen en wijst de vorderingen van verhuurder af omdat huurder voldoende heeft ontzenuwd dat hij zijn hoofdverblijf niet in het gehuurde heeft.