Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.Tenlastelegging
hij in de periode van 1 november 2019 tot en met 22 juni 2020 te Capelle aan den IJssel, Den Haag, Nieuwegein, Rotterdam, Schiedam, Utrecht, Wouw, Wouwse Plantage, Wouw, en/of elders in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit verdachte, [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 7] , [medeverdachte 8] , [medeverdachte 9] , [medeverdachte 10] , [medeverdachte 11] en/of een of meer andere personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten:
- moord (artikel 289 Wetboek Pro van Strafrecht),
- opzettelijke wederrechtelijke vrijheidsberoving (artikel 282 Wetboek Pro van Strafrecht),
- gijzeling (artikel 282a Wetboek van Strafrecht),
- afpersing in vereniging, althans afpersing (artikel 317 jo Pro. 312, tweede lid, onder 2, Wetboek van Strafrecht),
- zware mishandeling met voorbedachten rade (artikel 302 jo Pro. 303 Wetboek van Strafrecht),
- opzetheling (artikel 416 Wetboek Pro van Strafrecht) en/of
- het voorhanden hebben van een of meer vuurwapens (artikel 26 jo Pro. 55 Wet Wapens en Munitie)
3.Vonnis waarvan beroep
4.Bewijsoverwegingen ten aanzien van feit 1
- i) op de bankrekening van [verdachte] contante stortingen zijn gedaan van in totaal bijna vijftigduizend euro, terwijl niet is gebleken dat [verdachte] de beschikking had over inkomen of vermogen die de herkomst van dergelijke stortingen kunnen verklaren;
- ii) de bankrekening van [verdachte] is gebruikt als tussenrekening, waarop bedragen vanaf verschillende rekeningen werden gestort die vervolgens (vrijwel) onmiddellijk werden doorgestort naar andere bankrekeningen, waarbij in sommige gevallen omschrijvingen werden gehanteerd die niet in verband zijn te brengen met de daadwerkelijke bestemming van de gelden;
- iii) [verdachte] gelden heeft overgeboekt vanaf een door hem geopende rekening van een bedrijf – [bedrijf 4] – waarvan hij enkel op papier bestuurder was en waarbij niet is gebleken dat door het bedrijf daadwerkelijk legale economische activiteiten zijn verricht;
- iv) aan [verdachte] twee contante ‘salarisbetalingen’ zijn gedaan, zonder dat daar kenbaar een prestatie tegenover heeft gestaan.
5.Bewijsoverwegingen ten aanzien van feit 2
hoe zelf chloroform maken’, waarna een website werd bezocht met de titel ‘
Raak je snel bewusteloos als iemand je een doek met een chloroform voor je mond en neus drukt?’. Vervolgens is een website bezocht met de titel ‘
Wanneer raak je bewusteloos?’, gevolgd door de vraag op dezelfde website met de titel ‘
Waar kan ik chloroform kopen?’. Voorts is met de Samsung S10+ gezocht op een website met de titel ‘
Waar kan ik droogijs kopen?’. Hierna werd een website bezocht waarop diverse soorten gassen kunnen worden besteld, waaronder droogijs. Daarnaast werd er een website bezocht met de titel ‘
Waar kan ik Natriumacetaat kopen?’, waarna wederom werd gezocht op de zoekvragen ‘
hoe zelf chloroform Maken’, ‘
waar kan ik chloroform kopen’, ‘
Raak je snel bewusteloos als iemand je een doek met een chloroform voor je mond en neus drukt?’ en ‘
hoe kan ik aan chloroform komen?’.
.Het hof wijst daarbij in het bijzonder op de berichten van 2 april 2020, waarin wordt geschreven over 15 miljoen euro die moeten worden teruggepakt; als [medeverdachte 9] ‘die hond’ op de stoel heeft zal er meer (het hof begrijpt: geld) volgen.
Voor 'deelneming' in de zin van artikel 140 Sr Pro is voldoende dat de verdachte in zijn algemeenheid weet (in de zin van onvoorwaardelijk opzet) dat de organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk heeft. De verdachte hoeft geen wetenschap te hebben van één of meer concrete misdrijven die door de organisatie worden beoogd, maar wel moet hij een aandeel hebben gehad of ondersteuning hebben geboden aan gedragingen ter verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie.
[persoon 3]op de stoel had gezet’. Ook wordt letterlijk het woord ‘dood gebruikt’, wanneer [medeverdachte 12] schrijft ‘maat jou doel is mijn doel ik ga ook pas dood als hun dood zijn en wanneer [medeverdachte 9] aan [medeverdachte 7] schrijft ‘ze moeten dood tot hun hond toe’ en [medeverdachte 7] antwoordt ‘alles maat’. Ook [medeverdachte 10] gebruikt het woord ‘dood’ letterlijk wanneer hij schrijft ‘heel de groep moet dood en de familie mag ook’. Veelzeggend is ook de berichtenwisseling tussen [medeverdachte 10] en [EncroChatnaam 19] kort na de liquidatie van [medeverdachte 12] , waarbij gesproken wordt over het regelen van wapens en ‘hitters’ waarmee [medeverdachte 10] de persoon die hij als tegenstander beschouwt en verantwoordelijk houdt voor de liquidatie van [medeverdachte 12] wil laten ombrengen. Dat niet blijkt dat deze misdrijven daadwerkelijk zijn gepleegd, is voor de bewezenverklaring van het oogmerk van de tenlastegelegde criminele organisatie niet relevant.
jullie’ en ‘
julliemoeten hem helpen, heb hem nooit zo gezien hoe hij met
jullieis en die man is loyaal’.
6.Bewezenverklaring
hij in de periode van 1 januari 2020 tot en met 22 juni 2020 in Nederland heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit verdachte, [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 7] , [medeverdachte 8] , [medeverdachte 9] , [medeverdachte 10] en [medeverdachte 11] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten:
- moord (artikel 289 Wetboek Pro van Strafrecht),
- opzettelijke wederrechtelijke vrijheidsberoving (artikel 282 Wetboek Pro van Strafrecht),
- gijzeling (artikel 282a Wetboek van Strafrecht),
- afpersing in vereniging, althans afpersing (artikel 317 jo Pro. 312, tweede lid, onder 2, Wetboek van Strafrecht),
- zware mishandeling met voorbedachten rade (artikel 302 jo Pro. 303 Wetboek van Strafrecht),
- opzetheling (artikel 416 Wetboek Pro van Strafrecht) en
- het voorhanden hebben van een of meer vuurwapens (artikel 26 jo Pro. 55 Wet Wapens en Munitie)
7.Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
8.Strafbaarheid van de verdachte
9.Oplegging van straf
op te halen en af te leveren’, ook wel geduid als het
‘AT hoofdkwartier’, waarna ze vervolgens in de andere loods in Wouwse Plantage tegen hun wil konden worden vastgehouden. In die laatste loods stonden in totaal zeven containers waarvan er zes waren ingericht om personen in op te sluiten en ze vast te ketenen. Een zevende container was ingericht als
‘behandelkamer’met een tandartsstoel waarvan de armleuningen en een voetsteun waren voorzien van riemen, banden en de voetsteun ook van boeien. Deze behandelkamer, was – mede gelet op de aanwezigheid van scalpels, zagen en (knip)tangen – geschikt voor het martelen, in elk geval voor het toebrengen van ernstig letsel. In onderlinge communicatie hebben medeverdachten ook daadwerkelijk over het martelen van personen gesproken. Veelzeggend werd deze loods ook wel
‘ebi 2.0’genoemd, daarmee zonder twijfel verwijzend naar de Extra Beveiligde Inrichting in Vught.
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
12 (twaalf) maanden.