ECLI:NL:GHAMS:2023:356
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep zorgregeling en verdeling inboedel na echtscheiding met pleegzorgaspecten
De zaak betreft een hoger beroep over de zorgregeling en verdeling van de inboedel na ontbinding van het huwelijk tussen de man en vrouw, die gezamenlijk gezag uitoefenen over hun vier kinderen en pleegkinderen. De rechtbank had een zorgregeling vastgesteld waarbij het hoofdverblijf bij de vrouw bleef en een verdeling van zorg- en opvoedingstaken en vakanties was bepaald.
De man verzocht om een 50/50 zorgregeling en een andere vakantieverdeling, terwijl de vrouw zich verzette en stelde dat de huidige regeling beter aansluit bij het belang van de kinderen, mede gezien hun leeftijd en leefomgeving. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde bekrachtiging van de beschikking.
Het hof oordeelde dat de co-ouderschapsregeling te belastend was voor de kinderen en bevestigde het hoofdverblijf bij de vrouw. De zomervakantie werd aangepast zodat de kinderen in oneven jaren de eerste drie weken bij de man verblijven en in even jaren andersom. De vakanties starten om 19.00 uur op vrijdag. De verdeling van de inboedel werd vastgesteld conform het verzoek van de vrouw, met enkele uitzonderingen die aan de man toebedeeld werden. De vrouw moet € 1.001,- aan de man vergoeden wegens overbedeling. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof wijzigt de zomervakantieregeling, stelt de inboedelverdeling vast met een vergoeding van € 1.001,- en bekrachtigt verder de beschikking.