ECLI:NL:GHAMS:2023:358
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Opheffing onderbewindstelling wegens vervallen noodzaak en stress bij rechthebbende
De rechthebbende, geboren in 1942, was onder bewind gesteld wegens haar lichamelijke en geestelijke toestand die haar belemmerde haar vermogensrechtelijke belangen te behartigen. De onderbewindstelling werd ingesteld na fouten van een maatschappelijk werker, waardoor schulden ontstonden en betalingsachterstanden dreigden.
In hoger beroep verzocht de rechthebbende de onderbewindstelling te vernietigen, stellende dat zij door haar traumatische ervaringen in China hevig tegen de inmenging in haar privéleven verzet en dat een minder ingrijpende maatregel mogelijk is. Een bekende, [Y], is bereid haar bij de administratie te helpen.
De bewindvoerder en het Buurtteam stelden dat de onderbewindstelling noodzakelijk was vanwege wantrouwen en betalingsachterstanden, en dat de bewindvoering in het belang van de rechthebbende was. Het hof constateerde dat de noodzaak voor het bewind ten tijde van instelling aanwezig was, maar dat de situatie inmiddels is veranderd. Er zijn geen achterstanden meer, een financiële buffer is opgebouwd en de stress door het bewind beïnvloedt de geestelijke toestand negatief.
Het hof besloot daarom de onderbewindstelling per 1 maart 2023 op te heffen, met een termijn voor afwikkeling door de bewindvoerder en een verantwoording aan de kantonrechter. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het verzoek in hoger beroep voor meer of anders is afgewezen.
Uitkomst: De onderbewindstelling wordt per 1 maart 2023 opgeheven omdat de noodzaak is vervallen en de maatregel stress veroorzaakt bij de rechthebbende.