Uitspraak
16 augustus 2022, 31 oktober 2023, 1, 2, 3 en 7 november 2023 en 5 december 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, (Sv) naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Inleiding en relevante feiten en omstandigheden
- Medio 2015 is het gezin [gezin] – vader [naam 1] , zijn echtgenote, de verdachte en zijn zus – naar een huurwoning verhuisd, omdat hun koophuis door de bank was verkocht. [naam 1] had geen werk en kon de hypotheek niet meer betalen. In september 2015 heeft de broer van de verdachte op verzoek van zijn vader de huur voor de maand oktober betaald. De broer van de verdachte betaalde ook gas, water, licht en verzekering voor het gezin. In die periode hebben de verdachte en haar broer om dezelfde reden regelmatig boodschappen voor het gezin betaald.
- Op 10 november 2015 hebben de ouders van de verdachte de blote eigendom van hun vakantiewoning in Portugal aan de verdachte en haar broer geschonken. De ouders behielden het vruchtgebruik van de woning. De waarde van de blote eigendom is bepaald op € 254.040,08 en de totale waarde van de woning op € 423.400,13.
- Op 2 december 2015 heeft de vader van de verdachte – gebruikmakend van de bankrekening van [stichting 1] ( [stichting 1] ) – twee auto’s gekocht, een Audi A4 ( [kenteken 2] ) voor een bedrag van € 25.445,00 en een Volkswagen Polo ( [kenteken 1] ) voor een bedrag van
– naar het hof begrijpt: naderende – faillissement van [naam 1] . De auto’s waren voor [naam 1] .
- Op 2 mei 2016 heeft [bedrijf 1] B.V. aan zowel de verdachte als haar broer € 21.000,00 betaald als waarborgsom in verband met de verkoop (aan [bedrijf 1] B.V.) van de vakantiewoning in Portugal (10% van de aankoopprijs). Deze verkoop vond plaats op verzoek van vader [naam 1] .
- Op 17 mei 2016 zijn de ouders van de verdachte, [naam 1] en zijn echtgenote, door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in staat van faillissement verklaard. De verdachte en haar broer waren daarmee bekend.
- Op 6 juni 2016 heeft [bedrijf 1] B.V. in totaal € 378.000,00 overgemaakt naar een Portugese bankrekening op naam van [naam 2] , gelijk aan de resterende 90% van de aankoopprijs van de vakantiewoning in Portugal.
- Op 28 juni 2016 hebben de verdachte en haar broer de vakantiewoning aan [bedrijf 1] B.V. verkocht en geleverd.
- Op 4 juli 2016 hebben de verdachte en haar broer ieder € 126.627,64 van genoemde Portugese bankrekening ontvangen in verband met de verkoop van voornoemde vakantiewoning.
- Op 18 respectievelijk 19 juli 2016 hebben de verdachte en haar broer op verzoek van hun vader ieder € 125.000,00 overgemaakt naar de bankrekening van [stichting 2] ( [stichting 2] ) onder vermelding van “obligatie 5”.
- Op 9 september 2016 heeft de enig aandeelhouder en bestuurder van [bedrijf 1] B.V., [naam 3] , in totaal € 110.000,00 overgemaakt naar zijn privérekening.
- Op 30 september 2016 hebben de verdachte en haar broer ieder 50% van de aandelen in [bedrijf 1] B.V. geleverd gekregen. Zij werden beiden ingeschreven als bestuurder van de vennootschap, die op hun privéadres kwam te staan. Dit alles vond plaats op verzoek van vader [naam 1] . De verdachte en zijn zus hebben geen werkzaamheden voor de vennootschap verricht.
- Op 6 december 2016 heeft [bedrijf 1] B.V. een hypothecair lening gesloten van € 500.000,00 met [naam 4] . De broer van de verdachte heeft hiervoor bij de notaris getekend namens [bedrijf 1] B.V.
- Op 8 en 12 december 2016 heeft [bedrijf 1] B.V. in totaal € 200.000,00 overgemaakt naar een bankrekening van de broer van de verdachte, met als omschrijving “parkeren”. Dit parkeren gebeurde op verzoek van vader [naam 1] . De broer van de verdachte heeft vervolgens
Vrijspraak impliciet primair tenlastegelegde (medeplegen van) opzetwitwassen
Bewijs impliciet subsidiair tenlastegelegde schuldwitwassen
€ 13.000,00. Hij had zijn kinderen destijds verteld dat de auto’s niet op zijn naam konden worden gezet vanwege het faillissement. De verdachte had in die omstandigheden redelijkerwijs moeten begrijpen dat de auto op haar naam werd gesteld om te voorkomen dat voor de schuldeisers van haar vader zichtbaar werd dat hij over vermogen beschikte waar beslag op kon worden gelegd. Dat de verdachte haar vader vertrouwde legt daartegenover onvoldoende gewicht in de schaal. De verdachte was destijds 21 jaar oud en zij was bekend met het (naderende) faillissement. Van haar mocht worden verwacht dat zij zich kritisch ten aanzien van de tenaamstelling van de auto zou opstellen en onderzoek zou doen of dit juridisch mocht. Dit heeft zij niet (voldoende) gedaan. Dat de verdachte van haar vader had begrepen dat hij bezig was met een nieuw bedrijf, biedt geen logische verklaring om de auto’s op naam van de verdachte en haar broer te zetten. Door de Volkswagen Polo in de gegeven omstandigheden op haar naam te zetten zonder nader onderzoek is de verdachte zodanig aanmerkelijk onvoorzichtig geweest dat zij zich hierdoor schuldig heeft gemaakt aan schuldwitwassen.
mr. B.K.M. Pouw, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
5 december 2023.
Een proces-verbaal van ambtshandeling, beschrijving rol verdachte [medeverdachte ] , van5 juli 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1] (AMB-002, p. 001004-001019).
[Opmerking hof: circa 10% van de aankoopprijs van de volle eigendom van € 423.400,13].
Een proces-verbaal van ambtshandeling, beschrijving rol verdachte [verdachte] , van5 juli 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1] (AMB-003, p. 001028).
[Opmerking hof: dit betreft het hierna opgenomen DOC-045].
Een proces-verbaal van verhoor van de verdachte [medeverdachte ] van 26 april 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 2] en [verbalisant 1] (V-02-01, p. 002001-002010).
Een proces-verbaal van verhoor van de verdachte [verdachte] van 23 april 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 2] en [verbalisant 1] (V-03-01, p. 002011-002020).
6 december 2016. Ik heb wel gehoord dat er een lening was aangevraagd. Dit hoorde ik van mijn vader.
[Opmerking hof: dit betreft het hierna opgenomen DOC-018]. We zien op de print dat er op 9 december 2016 € 100.000 en op 12 december 2016 € 50.000 wordt overgemaakt naar [rekeningnummer 2] tnv [verdachte] .
Een proces-verbaal van verhoor van de verdachte [verdachte] , afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 2 november 2023.
opmerking hof: huur oktober 2015 woning [adres 7] en boodschappen voor het gezin] deed, ik heb zelf ook bijgedragen met boodschappen.
Een proces-verbaal van verhoor van de verdachte [naam 1] van 7 april 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren[verbalisant 1] en [verbalisant 3] (DOC-027, p. 003165).
.
Een proces-verbaal van verhoor van de verdachte [naam 1] van 7 april 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren[verbalisant 1] en [verbalisant 3] (DOC-034, p. 003195-003201).
[Opmerking hof: dit betreffen de hierna opgenomen prints DOC-014, -015 en -016].Samengevat zien we op bovengenoemde prints van uw zoon het volgende. Er wordt € 200.000 overgeboekt van [bedrijf 1] BV naar de bankrekening [rekeningnummer 1] ten name van uw zoon. Vervolgens wordt € 195.000 vanaf deze bankrekening overgeboekt naar bankrekening [rekeningnummer 5] eveneens ten name van uw zoon. Vanaf deze rekening gaat € 150.000 weer terug naar [rekeningnummer 1] ten name van uw zoon. Daarna wordt €150.000 vanaf deze bankrekening [rekeningnummer 1] ten name van uw zoon overgeboekt naar [rekeningnummer 4] te name van uw zoon. Al die boekingen hebben plaats binnen het tijdsbestek van 8 december 2016 tot en met 24 januari 2017. Waarom vinden deze overboekingen plaats?)
[Opmerking hof: dit betreft het hierna opgenomen DOC-018]. Wij zien op de print dat op de bankrekening van uw dochter op 9 december 2016 € 100.000 wordt bijgeschreven en op 12 december 2016 50.000. De overboekingen zijn afkomstig van bankrekening [rekeningnummer 6] ten name van [bedrijf 1] . Wat kunt u hierover verklaren?)
Een proces-verbaal van verhoor van de getuige [naam 4] van 4 april 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren[verbalisant 4] en [verbalisant 5] (DOC-035, p. 003202-003205).
Een proces-verbaal van verhoor van de verdachte [naam 3] van 4 april 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 2] en [verbalisant 1] (DOC-032, p. 003188).
Een geschrift, te weten een rekeningafschrift van bankrekening [rekeningnummer 1] ten name van [medeverdachte ] van 5 januari 2017 (DOC-014, p. 3048-3051).
Een geschrift, te weten een rekeningafschrift van bankrekening [rekeningnummer 1] ten name van [medeverdachte ] van 6 februari 2017 (DOC-015, p. 3052-3055).
Een geschrift, te weten een transactieoverzicht van bankrekening [rekeningnummer 2] ten name van [verdachte] (DOC-018, p. 003059-003074).
Een geschrift, te weten een overzicht van bankrekening [rekeningnummer 2] ten name van [verdachte] (DOC-045, p. 3249).
14.Een geschrift, te weten een uittreksel RDW Voertuiggegevens van 22 maart 2017(DOC-005, p. 3008).
15.Een geschrift, te weten een uittreksel RDW Voertuiggegevens van 22 maart 2017(DOC-004, p. 003007).
Een geschrift, te weten een rekeningafschrift van bankrekening [rekeningnummer 9] ten name van [stichting 1] (DOC-309 van aanvullende stukken uit het dossier van onderzoek Monte Titano I, p. 007367).