In hoger beroep is het vonnis van de rechtbank Den Haag van 17 november 2020 bevestigd wat betreft de bewezenverklaring van opzetheling van een auto en het rijden zonder geldig rijbewijs. De verdachte werd veroordeeld voor het rijden in een gestolen auto zonder rijbewijs, wat de verkeersveiligheid in gevaar bracht.
De verdediging voerde bewijsverweren aan die door het hof inhoudelijk zijn verworpen op basis van de bewijsmiddelen en overwegingen in het vonnis van eerste aanleg. Het hof achtte de feiten ernstig en wees op het gebrek aan verantwoordelijkheid van de verdachte, die eerder onherroepelijk is veroordeeld voor vermogensdelicten en verkeersovertredingen.
Vanwege een overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep met vijf maanden, werd de strafoplegging aangepast. Het hof legde een gevangenisstraf van 90 dagen op, met aftrek van voorarrest, en een voorwaardelijke geldboete van €500 met een proeftijd van één jaar. De voorwaardelijke straf dient als stok achter de deur om herhaling te voorkomen.
De overige onderdelen van het vonnis van de rechtbank werden bevestigd. Het arrest is gewezen door de meervoudige kamer van het gerechtshof Den Haag, zitting houdend te Amsterdam, op 19 april 2023.