ECLI:NL:GHAMS:2023:3763
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.P.M. van Rijn
- R.D. van Heffen
- A.M. Koolen - Zwijnenburg
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens intrekking
Op 1 juni 2023 heeft het gerechtshof Amsterdam uitspraak gedaan in het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 27 mei 2019. De verdachte had het hoger beroep ingetrokken via een e-mailbericht van zijn raadsvrouw op 5 mei 2023. Hierdoor handhaafde hij zijn eerdere bezwaren tegen het vonnis niet meer en had hij geen belang bij verdere behandeling van de zaak.
Het hof heeft op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Dit betekent dat het hoger beroep niet inhoudelijk is behandeld en het vonnis van de rechtbank Amsterdam in stand blijft.
De uitspraak is gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, bestaande uit mr. A.P.M. van Rijn, mr. R.D. van Heffen en mr. A.M. Koolen - Zwijnenburg. Mr. Van Heffen was buiten staat om het arrest mede te ondertekenen.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking.