ECLI:NL:GHAMS:2023:3774
Gerechtshof Amsterdam
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens ontbreken grieven
De verdachte stelde hoger beroep in tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 11 januari 2022. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep op 24 april 2023 heeft het hof vastgesteld dat de verdachte geen schriftelijke grieven heeft ingediend en ook geen mondelinge bezwaren naar voren heeft gebracht tegen het vonnis.
Verder bleek er geen rechtens te respecteren belang te zijn dat een onderzoek van de zaak in hoger beroep zou rechtvaardigen. Op grond hiervan heeft de advocaat-generaal gevorderd de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep.
Het hof heeft dit verzoek gevolgd en de verdachte niet-ontvankelijk verklaard op basis van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Het arrest is uitgesproken door de enkelvoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, onder voorzitterschap van mr. M.L.M. van der Voet.
De uitspraak betekent dat het hoger beroep niet inhoudelijk is behandeld en het vonnis van de politierechter in stand blijft.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven en belang.