ECLI:NL:GHAMS:2023:422
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek tot geslachtsnaamwijziging minderjarige bevestigd
De vrouw heeft namens haar minderjarige kind een verzoek ingediend tot wijziging van de geslachtsnaam, dat door de Minister voor Rechtsbescherming is afgewezen. Na een bezwaar- en beroepsprocedure bij de bestuursrechter bleef de afwijzing in stand. De vrouw wendde zich vervolgens tot de civiele rechter, die haar verzoek niet-ontvankelijk verklaarde.
In hoger beroep betoogde de vrouw dat de bestuursrechtelijke procedure onvoldoende waarborgen biedt en dat haar en het kind hun rechten, waaronder artikel 8 EVRM Pro, zijn geschonden. Het hof overwoog dat de wetgever de toetsing van geslachtsnaamwijzigingen expliciet aan de Koning en de bestuursrechtelijke procedure heeft toebedeeld, die voldoende waarborgen biedt en waarin internationale rechten kunnen worden ingeroepen.
Het hof bevestigde dat de civiele rechter niet bevoegd is om over dit verzoek te oordelen en bekrachtigde de niet-ontvankelijkheidsbeschikking van de rechtbank. Daarmee komt het hof niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het verzoek tot geslachtsnaamwijziging.
Uitkomst: De vrouw is niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot geslachtsnaamwijziging van haar minderjarige kind.