In deze civiele zaak stond centraal of [appellante] toestemming nodig had van de Vereniging van Eigenaars (VvE) om een kattennet op haar balkon te hangen en of de door de VvE opgelegde boetes daarvoor terecht waren.
De feiten betroffen het appartementsrecht van [appellante] met balkon, waarop zij een kattennet had gespannen na een valincident van haar kat. De VvE stelde dat voor het ophangen van zichtbare voorwerpen op het balkon toestemming vereist is volgens de splitsingsakte en het huishoudelijk reglement. Op een ledenvergadering werd dit onderwerp besproken, maar er werd niet gestemd, slechts een peiling gehouden.
Het hof bevestigde dat het kattennet onder de regels valt die zichtbare voorwerpen op balkons verbieden zonder toestemming. Ook oordeelde het hof dat de VvE niet had voldaan aan de formele vereiste van een aangetekende waarschuwing voor het opleggen van boetes, waardoor deze vernietigd werden. Het hof stelde dat de VvE alsnog een besluit moet nemen over de toestemming voor het kattennet.
De bestreden beschikking werd gedeeltelijk vernietigd en voor het overige bekrachtigd. De kosten van het hoger beroep werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.