ECLI:NL:GHAMS:2023:543
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging gezamenlijk gezag en omgangsregeling ondanks moeizame communicatie ouders
Deze zaak betreft het hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Holland waarin gezamenlijk gezag over de minderjarige is vastgesteld en een omgangsregeling met de vader is bepaald. De moeder verzet zich tegen het gezamenlijk gezag en wil begeleide omgang, terwijl de vader instemt met de beschikking en onbegeleide omgang wenst.
De feiten tonen een moeizame en problematische communicatie tussen de ouders, met een geschiedenis van huiselijk geweld door de vader en een incident waarbij de minderjarige gewond raakte. De omgang tussen vader en kind is sinds juli 2021 herhaaldelijk gestart en gestopt, waarbij de moeder sinds de bestreden beschikking in juli 2022 niet meer meewerkt aan omgang.
De raad voor de Kinderbescherming adviseert het gezamenlijk gezag en de bestaande omgangsregeling te handhaven. Het hof concludeert dat ondanks de slechte communicatie het gezamenlijk gezag in het belang van het kind is en dat de vader een gelijke positie moet behouden. Begeleide omgang is niet noodzakelijk, aangezien de vader goed voor het kind kan zorgen en de omgang goed verliep toen die plaatsvond. Het hof bekrachtigt daarom de bestreden beschikking.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het gezamenlijk gezag en de omgangsregeling zoals vastgesteld door de rechtbank.