ECLI:NL:GHAMS:2023:552
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging toewijzing huurrecht echtelijke woning aan man na echtscheiding
Partijen zijn in 2008 gehuwd en hun huwelijk is in mei 2022 ontbonden. De echtelijke woning bevindt zich aan de [A-straat] te [plaats B]. De rechtbank had bepaald dat de man huurder van deze woning zou zijn vanaf de datum van inschrijving van de echtscheiding. De vrouw kwam hiertegen in hoger beroep en verzocht om toewijzing van het huurrecht aan haar.
Het hof overwoog dat beide partijen een belang hebben bij het huurrecht, maar dat het belang van de man zwaarder weegt. De vrouw verblijft sinds oktober 2020 bij haar vriend in [plaats A], waar zij tijdelijke huisvesting heeft. De man heeft geen alternatieve woonruimte en kan niet bij zijn familie terecht vanwege verstoorde relaties. Hoewel de vrouw mogelijk in de toekomst haar verblijfplaats kan verliezen, weegt dit toekomstig onzekere scenario minder zwaar.
Het hof bekrachtigt daarom de beschikking van de rechtbank en wijst het huurrecht toe aan de man. Dit oordeel is gebaseerd op een belangenafweging waarbij het ontbreken van alternatieve woonruimte voor de man doorslaggevend is.
Uitkomst: Het huurrecht van de echtelijke woning wordt toegewezen aan de man wegens zijn zwaardere belang bij huisvesting.