ECLI:NL:GHAMS:2023:616
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vaststelling hoofdverblijfplaats minderjarige bij vader na wijziging feitelijke situatie
Partijen zijn gescheiden en hebben gezamenlijk gezag over hun minderjarige kind, [kind 1]. De rechtbank had de hoofdverblijfplaats van het kind bij de moeder bepaald, terwijl de vader dit betwistte en hoger beroep instelde.
Sinds de beschikking van de rechtbank is de situatie gewijzigd: de moeder is verhuisd naar Egypte en de vader woont met het kind samen in de voormalige echtelijke woning. De vader draagt feitelijk de zorg en opvoeding van het kind, wat ook de wens van het kind zelf is.
De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde het juridische kader aan te passen aan deze feitelijke situatie. Het hof oordeelt dat het belang van het kind gediend is met de hoofdverblijfplaats bij de vader en vernietigt de eerdere beschikking, waarbij het verzoek van de vader wordt toegewezen.
De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en brengt de juridische situatie in overeenstemming met de huidige feitelijke omstandigheden.
Uitkomst: De hoofdverblijfplaats van de minderjarige wordt bij de vader vastgesteld.