ECLI:NL:GHAMS:2023:698
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over oplevering gehuurde en vaststellingsovereenkomst in huurovereenkomst woonruimte
Partijen waren betrokken bij een geschil over de oplevering van een gehuurde kamer na beëindiging van de huurovereenkomst. De huurder had de kamer niet leeg, schoon en onbeschadigd achtergelaten, terwijl partijen een vaststellingsovereenkomst hadden gesloten waarin afspraken waren gemaakt over het einde van de huur en kwijting van huurachterstanden.
De kantonrechter had de huurder aansprakelijk gesteld voor opleveringsschade en huurderving, maar wees de partiële ontbinding van de vaststellingsovereenkomst af. In hoger beroep stond centraal wie de bewijslast droeg voor de staat van het gehuurde bij aanvang en het ontstaan van schade tijdens de huur, mede omdat geen opnamestaat was opgemaakt.
Het hof oordeelde dat de verhuurder de bewijslast draagt dat de schade tijdens de huur is ontstaan en dat de huurder gehouden was het gehuurde in goede staat op te leveren. Het hof matigde de toegewezen schadevergoeding tot € 3.500,= met rente en verwierp de partiële ontbinding van de vaststellingsovereenkomst. De kosten werden deels gecompenseerd en deels aan de verhuurder opgelegd.
Uitkomst: Het hof matigde de schadevergoeding tot € 3.500,= en wees de partiële ontbinding van de vaststellingsovereenkomst af.