Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
Aanvullende bewijsoverweging
Vonnis waarvan beroep
Aanvullend bewijsmiddel
verklaring van [getuige01], wonende te [woonplaats01] :
Gerechtshof Amsterdam
In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 4 december 2017 bevestigd met betrekking tot het handelen in cocaïne door de verdachte gedurende de periode van 1 januari 2015 tot en met 15 november 2016. De verdachte werd vrijgesproken van de ten laste gelegde gedragingen met betrekking tot XTC-pillen, en het hof verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep voor dat deel.
Het hof voegde een aanvullend bewijsmiddel toe, een verklaring van een getuige die verklaarde gedurende twee tot drie jaar cocaïne bij de verdachte en een medeverdachte te hebben gekocht. Dit bevestigde de tenlastegelegde periode en de betrokkenheid van de verdachte bij een criminele organisatie en het handelen in cocaïne.
De rechtbank had een gevangenisstraf van 24 maanden opgelegd, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Het hof stelde de straf vast op 18 maanden, waarvan 6 voorwaardelijk, maar verminderde deze tot 12 maanden onvoorwaardelijk wegens overschrijding van de redelijke termijn en rekening houdend met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals zijn mantelzorgtaken en gezondheidsproblemen. Het hof zag geen noodzaak voor een bijkomende taakstraf.
De straf wordt verminderd met de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Het vonnis werd verder bevestigd, behalve de strafoplegging die werd aangepast.
Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest.