ECLI:NL:GHAMS:2023:719

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
16 maart 2023
Publicatiedatum
21 maart 2023
Zaaknummer
23-003145-22
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 onder B OpiumwetArt. 36e Wetboek van StrafrechtArt. 422, tweede lid Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis medeplegen opzettelijk handelen in strijd met Opiumwet en ontneming

Het gerechtshof Amsterdam heeft op 16 maart 2023 het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 24 november 2022. In eerste aanleg was betrokkene veroordeeld wegens medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet. Tevens werd aan betrokkene een ontnemingsmaatregel opgelegd tot betaling van €17.000 aan de Staat.

Het openbaar ministerie had in eerste aanleg een ontnemingsvordering van €19.074,12 ingesteld. Betrokkene stelde hoger beroep in tegen zowel de straf- als de ontnemingsvonnissen. Tijdens de terechtzitting op 2 maart 2023 heeft het hof het dossier en de standpunten van partijen bestudeerd.

Het hof heeft geen aanleiding gevonden om af te wijken van de overwegingen en beslissing van de rechtbank. De veroordeling voor medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet en de opgelegde ontnemingsmaatregel worden bevestigd. Het arrest is uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de veroordeling voor medeplegen en de ontnemingsmaatregel van €17.000.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-003145-22
datum uitspraak: 16 maart 2023
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 24 november 2022 op de vordering van het openbaar ministerie ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht in de ontnemingszaak met nummer 15-248015-18 tegen de betrokkene
[verdachte01],
geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 1988,
adres: [adres01] .

Procesgang

Het openbaar ministerie heeft in eerste aanleg gevorderd dat aan de betrokkene de verplichting zal worden opgelegd tot betaling van € 19.074,12 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
De betrokkene is bij vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 17 juli 2020 - kort gezegd - veroordeeld ter zake van het medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod.
Voorts heeft de rechtbank Noord-Holland bij vonnis van 24 november 2022 de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van € 17.000,00 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen beide vonnissen.
De betrokkene is bij arrest van het gerechtshof Amsterdam van heden veroordeeld terzake van - kort gezegd - het medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 2 maart 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de betrokkene en de raadsman naar voren hebben gebracht.

Vonnis waarvan beroep

De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het hof niet gebracht tot andere overwegingen of een andere beslissing dan die van de eerste rechter, zodat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. L.F. Roseval, mr. M.F.J.M. de Werd mr. A.D.R.M. Boumans, in tegenwoordigheid van
mr. P.E. de Wildt, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 16 maart 2023.
mr. L.F. Roseval en mr. A.D.R.M. Boumans zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.