ECLI:NL:GHAMS:2023:739

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
23 maart 2023
Publicatiedatum
24 maart 2023
Zaaknummer
23-003004-20
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e SrArt. 404 SvArt. 422 SvArt. 511g Sv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep tegen afwijzing ontnemingsvordering bij computervredebreuk en oplichting

De betrokkene was in eerste aanleg veroordeeld voor computervredebreuk en oplichting, waarbij het openbaar ministerie tevens een ontnemingsvordering had ingesteld tot betaling van wederrechtelijk verkregen voordeel.

De rechtbank wees de ontnemingsvordering af. De betrokkene stelde hiertegen hoger beroep in. Het gerechtshof heeft in het hoger beroep de ontvankelijkheid van de betrokkene beoordeeld.

Op grond van artikel 511g van het Wetboek van Strafvordering en artikel 404 van Pro hetzelfde wetboek, waarbij tegen een vrijspraak geen hoger beroep openstaat, oordeelt het hof dat de afwijzing van een ontnemingsvordering gelijkgesteld moet worden met een vrijspraak.

Daarom verklaart het hof de betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep tegen de afwijzing van de ontnemingsvordering. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 23 maart 2023.

Uitkomst: Betrokkene is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen de afwijzing van de ontnemingsvordering.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-003004-20
datum uitspraak: 23 maart 2023
TEGENSPRAA
K
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 17 december 2020 op de vordering van het openbaar ministerie ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht in de ontnemingszaak met nummer 15-301885-19 tegen de betrokkene
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2000,
inschrijfadres: [adres].

Procesgang

Het openbaar ministerie heeft in eerste aanleg gevorderd dat aan de betrokkene de verplichting zal worden opgelegd tot betaling van een bedrag van
EUR 14.398,37aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
De betrokkene is bij vonnis van de rechtbank van 17 december 2020 veroordeeld voor computervredebreuk en oplichting in de strafzaak met het gelijkluidende parketnummer.
Voorts heeft de rechtbank bij vonnis van 17 december 2020 de vordering van het openbaar ministerie ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht afgewezen.
De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen beide vonnissen.
De betrokkene is bij arrest van het gerechtshof Amsterdam van 23 maart 2023 in de strafzaak met parketnummer 23-000034-21 veroordeeld ter zake van -kort gezegd- computervredebreuk, meermalen gepleegd en oplichting, meermalen gepleegd.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 9 maart 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de betrokkene en de raadsman naar voren hebben gebracht.

Ontvankelijkheid van de betrokkene in het hoger beroep

Het hoger beroep van de betrokkene richt zich tegen de beslissing van de rechtbank tot afwijzing van de vordering van de officier van justitie ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
In artikel 511g van het Wetboek van Strafvordering inzake het hoger beroep tegen een ontnemingsbeslissing, wordt in het tweede lid, bepaald dat titel II van het derde Boek, en daarmee het bepaalde in artikel 404 van Pro dat wetboek, van overeenkomstige toepassing is.
In laatstgenoemd artikel is bepaald dat tegen een vrijspraak geen hoger beroep openstaat.
Nu naar het oordeel van het gerechtshof een afwijzing van een ontnemingsvordering gelijk is te stellen met een vrijspraak, zal het gerechtshof de betrokkene niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R. van der Heijden, mr. A.M. Kengen en mr. M.L.M. van der Voet, in tegenwoordigheid van mr. S.H.M. van Gennip, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 23 maart 2023.
=========================================================================
[…]