Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het verloop van de procedure in hoger beroep
3.3. Feiten
4.De procedure bij de kantonrechter en het geschil in hoger beroep
5.Het oordeel van het hof
blijvenstaan.
Gerechtshof Amsterdam
Op 27 augustus 2019 ontstond een handgemeen tussen appellant en geïntimeerde na een verkeersincident waarbij geïntimeerde appellant afsneed met zijn bestelbus. Appellant volgde geïntimeerde om excuses te eisen, wat uitmondde in een fysieke confrontatie waarbij appellant letsel opliep.
De kantonrechter oordeelde dat geïntimeerde aansprakelijk is voor de schade, maar dat appellant eigen schuld heeft door het overschrijden van redelijke grenzen, waardoor de schadevergoeding met 25% werd verminderd. Appellant ging hiertegen in hoger beroep.
Het hof bevestigde dat geïntimeerde aansprakelijk is voor 75% van de schade, maar dat appellant mede verantwoordelijk is voor het ontstaan van het conflict door zijn agressieve houding en het slaan met zijn helm. De billijkheidscorrectie werd niet toegepast omdat de ernst en verwijtbaarheid van beide partijen dit niet rechtvaardigen.
Appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, die nihil werden begroot omdat geïntimeerde niet verscheen. Het bestreden vonnis werd daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat geïntimeerde 75% van de schade vergoedt en appellant 25% eigen schuld draagt zonder billijkheidscorrectie.