Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De kern van de zaak
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
4.De eerste aanleg
5.Beoordeling
hoofdsom)
hoofdsom, handelsrente en incassokosten)
6.Beslissing
.
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak heeft appellante een partij bureaustoelen geleverd aan geïntimeerde, die het factuurbedrag niet volledig heeft voldaan. De kantonrechter veroordeelde geïntimeerde bij verstek tot betaling van het restantbedrag verminderd met een creditfactuurbedrag. Appellante stelde in hoger beroep dat zij zich vergist had en vorderde alsnog betaling van het bedrag van de creditfactuur.
Geïntimeerde is ook in hoger beroep verstek gebleven, waardoor het hof het beroep inhoudelijk kon behandelen. Het hof oordeelde dat appellante terecht een beroep kon doen op de herstelfunctie van het hoger beroep om haar vergissing te herstellen. Hierdoor werd het vonnis van de kantonrechter vernietigd voor het onderdeel van de hoofdsom en handelsrente.
Het hof veroordeelde geïntimeerde tot betaling van het volledige openstaande bedrag van € 6.539,93, vermeerderd met wettelijke handelsrente over verschillende perioden, en tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering tot executiekosten werd afgewezen omdat niet was gebleken dat er conservatoir beslag was gelegd. De proceskosten in eerste aanleg werden bekrachtigd en geïntimeerde werd tevens veroordeeld tot betaling van de proceskosten in hoger beroep.
Het arrest werd gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 28 maart 2023.
Uitkomst: Geïntimeerde wordt veroordeeld tot betaling van het resterende factuurbedrag, handelsrente en incassokosten, met uitzondering van executiekosten.