In deze civiele zaak vordert de advocaat betaling van openstaande facturen en bijkomende kosten van een cliënt, die in eerste aanleg werd afgewezen wegens het niet voldoen aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten. De cliënt verscheen niet in hoger beroep, waardoor verstek werd verleend.
Het hof oordeelt dat de advocaat in hoger beroep voldoende heeft onderbouwd dat hij de consument op duidelijke en begrijpelijke wijze heeft geïnformeerd over de aard van de diensten, identiteit, het uurtarief en de wijze van prijsbepaling, waarbij ook de procedurele gang van zaken is besproken. Dit voldoet aan de vereisten van Boek 6, titel 5, afdeling 2B BW.
Het hof stelt vast dat de consument geen klachten heeft geuit over de facturen en zelfs betalingen heeft toegezegd. De algemene voorwaarden van de advocaat bevatten geen oneerlijke bedingen. De vordering tot betaling van de openstaande facturen, wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en kosten van conservatoire beslagen wordt toegewezen.
De kantonrechterlijke afwijzing wordt vernietigd, en de consument wordt veroordeeld tot betaling van de gevorderde bedragen, met inbegrip van proceskosten in beide instanties. Het arrest is gewezen door drie rechters en op 25 april 2023 uitgesproken.