ECLI:NL:GHAMS:2024:1072
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over verjaring en bezit van strook grond naast autobedrijf
In deze civiele zaak stond centraal of appellanten, een autobedrijf en diens beheermaatschappij, eigenaar zijn geworden van een strook grond naast hun perceel door middel van verkrijgende of bevrijdende verjaring. De Gemeente Purmerend stelde zich op het standpunt dat zij eigenaar is van deze strook grond en dat appellanten geen recht op eigendom via verjaring kunnen ontlenen.
De rechtbank had reeds geoordeeld dat appellanten geen beroep konden doen op verjaring, omdat zij niet te goeder trouw waren en het bezitsvereiste niet was vervuld. Appellanten gingen hiertegen in hoger beroep en voerden aan dat zij sinds 1962 dan wel 1997 onafgebroken en ondubbelzinnig de feitelijke macht over de strook grond uitoefenden, onder meer door het plaatsen van een benzinepomp, reclamezuilen, sanering en parkeermarkering.
Het hof oordeelde dat de door appellanten gestelde bezitsdaden onvoldoende waren om het bezit van de Gemeente teniet te doen. Foto’s en verklaringen boden geen overtuigend bewijs dat de benzinepomp of lichtreclame zich daadwerkelijk op de strook grond bevonden. Ook waren de handelingen niet zodanig dat zij het bezit van de Gemeente uitsloten, mede omdat de strook niet was afgesloten en toegankelijk bleef voor de Gemeente.
Verder stelde het hof vast dat appellanten niet te goeder trouw konden zijn, aangezien zij door het raadplegen van het kadaster hadden kunnen weten dat de Gemeente eigenaar was. Het beroep op misbruik van recht werd eveneens verworpen wegens onvoldoende onderbouwing. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde appellanten in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat appellanten geen eigendom via verjaring hebben verkregen en veroordeelt hen in de kosten.