Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verloop van de procedure bij de rechtbank
2.De procedure in hoger beroep
3.De feiten
.
Gerechtshof Amsterdam
De ouders zijn gescheiden en hebben een minderjarige zoon geboren in 2015. De vader heeft het kind erkend, maar tot de bestreden beschikking oefende alleen de moeder het gezag uit. De rechtbank had het gezamenlijk gezag aan de ouders toegekend op verzoek van de vader. De moeder ging hiertegen in hoger beroep en verzocht het verzoek af te wijzen.
Tijdens de procedure bleek dat de communicatie tussen de ouders verstoord is en het wederzijds vertrouwen ontbreekt. De ouders hebben geprobeerd via het Ouder- en Kindteam (OKT) hun communicatie te verbeteren, maar de begeleiding werd beëindigd omdat de vader niet langer meewerkte. De vader kampte met een depressie, waardoor er langere tijd geen contact was met de minderjarige.
Het hof oordeelt dat de vader door zijn problematiek niet in staat is om samen met de moeder het gezag uit te oefenen en dat het gezamenlijk gezag het belang van het kind schaadt. Daarom vernietigt het hof de beschikking en wijst het verzoek van de vader af. De omgangsregeling blijft ongewijzigd en de moeder blijft informatie aan de vader verstrekken. De kosten van de procedure worden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de vader om gezamenlijk gezag toe te kennen af wegens onvoldoende basis en verstoorde communicatie.