Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De nadere beoordeling
3.De beslissing
tijdelijkeverdeling van de zorg- en opvoedingstaken vast waarbij [minderjarige] bij de vader verblijft:
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele familierechtzaak stond het verzoek van de moeder centraal om het gezamenlijk gezag over het minderjarige kind te wijzigen in eenhoofdig gezag en om een ondertoezichtstelling te verkrijgen. Het hof bevestigde het gezamenlijk gezag van de ouders, gelet op het ontbreken van een onaanvaardbaar risico dat het kind klem zou raken tussen de ouders en het belang van het kind bij contact met beide ouders.
De zorgregeling werd aangepast met een opbouw naar een definitieve regeling waarbij het kind om de week een weekend en een doordeweekse dag bij de vader verblijft. Het hof benadrukte het belang van hulpverlening voor de communicatie tussen de ouders en wees op de noodzaak dat de moeder haar angsten verwerkt.
De moeder werd niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot ondertoezichtstelling, omdat de raad voor de kinderbescherming geen aanleiding zag voor deze maatregel en het verzoek niet bij het hof kan worden ingediend. De beschikking van de rechtbank werd deels vernietigd en deels bekrachtigd, met een nieuwe tijdelijke zorgregeling voor drie maanden en een daarop aansluitende definitieve regeling.
Uitkomst: Verzoek tot eenhoofdig gezag afgewezen, gezamenlijk gezag bekrachtigd, zorgregeling met opbouw vastgesteld, moeder niet-ontvankelijk in verzoek tot ondertoezichtstelling.